0 items €0,00
  • Geen producten in je winkelmand.
nieuwsberichten

Afvalscheiden als sport

Leven met zo weinig mogelijk afval. En de rotzooi die je hebt, zorgvuldig scheiden. Dat is wat 142 gezinnen in de gemeente Smallingerland honderd dagen lang proberen vol te houden.

De gezinnen doen mee aan het project 100-100-100: honderd deelnemers die honderd dagen 100 procent hun afval scheiden. Doel: een duurzame toekomst waarin minder recyclebaar vuilnis bij het restafval belandt; waarin meer wordt hergebruikt en dus minder restafval over- blijft dat wordt verbrand. De deelnemers van het project zitten nu op de helft van het project: op de vijftigste van de honderd dagen. Sinds 1 april zijn ze bezig; 9 juli is de laatste dag. Wekelijks moeten de gezinnen hun afval (gft, plastic, restafval, papier) wegen en doorgeven op de website van initiatiefnemer HVC. De resultaten kan de gemeente vervolgens gebruiken om haar afvalbeleid te verbeteren.

HVC is een afvalverwerker uit het westen van het land die het vuilnis van 46 gemeenten en 6 waterschappen in Nederland verwerkt. Ook dat van de gemeente Smallingerland, de enige gemeente in Friesland die met HVC samenwerkt en daarmee ook de enige Friese gemeente die aan het project meedoet. Andere gemeenten in de provincie laten hun afval verwerken door Omrin.

Van de 46 aandeelhoudende gemeenten besloten 29 mee te doen aan het project van HVC. Smallingerland zag het project wel zitten. “Het kan ons helpen onze ambities te halen”, zegt Evelien Oosterbaan van de gemeente.

Over vier jaar wil Smallingerland dat elke inwoner niet meer dan 100 kilo restafval per jaar produceert; in 2025 moet dat maximaal 25 kilo zijn. Vorig jaar stond de teller nog op 164.

De inhoud van de grijze kliko (voor restafval) van de gemiddelde Smallingerlander bestaat voor nu nog maar voor zo’n 27 procent uit het juiste afval – 73 procent zou er niet in thuishoren. Dat moet beter kunnen, meent Oosterbaan. Ook bij haar thuis trouwens, geeft ze toe. “Ik gooi nog wel eens per ongeluk een appelschil in de grijze container. Terwijl dat in mijn bakje op het aanrecht moet.”

De Smallingerlanders doen het tot nu toe niet slecht in het project. De gemiddelde deelnemer in de gemeente produceert 7,45 kg afval (gft, plastic, restafval en papier samen) per week. Bij deelnemende afvalscheiders in andere gemeenten is dat bijna een kilo meer. De gemiddelde Nederlander zit nogal wat hoger, met bijna 17 kilo afval per week.

Vooral met het restafval scoren de inwoners van Smallingerland goed. Zo produceren ze tot nu toe ongeveer de helft minder dan deelnemers uit de andere 28 gemeenten: 0,75 versus 1,45 kg. In de eerste week zaten de Smallingerlanders op ruim 1 kilo restafval.

Het initiatief van HVC kwam overwaaien van afvalverwerker Rova, actief in Midden- en Oost-Nederland, die het 100-100-100-concept bedacht en in 2015 uitvoerde. Na de afronding van verschillende edities werd er slechts 1,3 kg restafval per deelnemer per week geproduceerd. Bij de gemiddelde Nederlander is dat 10,7.

Na dit succesvolle resultaat ‘adopteerde’ de overkoepelende branche-organisatie NVRD het idee van Rova. Op die manier kunnen andere afval- verwerkers het overnemen en uitvoeren in hun aandeelhoudende gemeenten.

HVC breidde het concept nog wat uit. “Bij het project van Rova deden 100 mensen uit 23 gemeenten mee. Wij wilden naar grote lokale groepen van minimaal 100 mensen per gemeente”, vertelt Annemiek Meijer, woordvoerster van 100-100-100. Niet alleen de schaal, maar ook de aanpak is vergroot. “Wij hebben nu dagelijks contact met de deelnemers.”

Zelf doet Meijer ook mee aan het project, samen met haar man en twee kinderen. “We deden al erg ons best, maar door het project worden we nóg bewuster van het afval dat we produceren. Samen met de kinderen wordt het afvalscheiden nu bijna een soort sport.”

Alle 29 deelnemende gemeenten organiseerden bij aanvang van het project een startbijeenkomst voor de ingeschreven inwoners. In Smallingerland liep het storm: 142 inwoners gaven zich op. „De inschrijving liep als een trein”, aldus Oosterbaan. “Binnen twee weken zaten we al op de honderd. Toen hebben we een maximum van 150 ingesteld en mensen niet meer opgeroepen zich in te schrijven.”

Op die bijeenkomst moesten de deelnemers een intentieverklaring ondertekenen. Ook werd uitgelegd hoe ze hun afval moeten wegen met het verkregen weeg-apparaat. Verder werd verteld dat ze mee kunnen doen aan weekopdrachten en dat ze met elkaar in gesprek kunnen gaan in een forum op de website.

Maar Meijer hoopt dat deelnemers ook met ‘buitenstaanders’ in gesprek gaan. Op die manier zouden niet alleen milieu-geïnteresseerden bereikt worden, maar ook mensen die nog niet zoveel bezig zijn met duurzaamheid. “Als je van je buur- man hoort dat hij meedoet, word je hopelijk ook geïnspireerd om afval te scheiden.”

Ondanks de goede resultaten in de Smallingerland hebben inmiddels zo’n dertig van hen hun weegresultaten niet (juist) doorgegeven. Maar HVC kijkt ze niet op de vingers. “Met de resultaten willen we vooral een indicatie geven. Ons hoogste doel is dat we een gedragsverandering op gang brengen.”

Toch is het belangrijk dat de mensen hun wegingen goed doorgeven. “Voor de uiteindelijke resultaten hebben we betrouwbare metingen nodig”, aldus Meijer. “Maar onze onderzoeksclub zit er bovenop en filtert afwezige deelnemers eruit.”

Vanaf volgende week richt het project zich meer op ‘afvalpreventie’. Met andere woorden: hoe zorg je ervoor dat je minder afval in huis haalt?

“We zeggen tegen de deelnemers dat ze voor het boodschappen doen een plan kunnen maken. En dat ze zich afvragen: wat heb ik echt nodig? Een tip is: koop niet te veel in, zodat je niet veel afval overhoudt. Of ga naar de markt”, zegt Meijer. “Daar kun je veel zonder verpakking kopen.”

Volgens haar is het niet moeilijk om je bewust te worden van wat je koopt en hoe je afval scheidt. “Het moet alleen even in je systeem komen.” Toch hangt een duurzame toekomst niet alleen af van ‘de gewone burger’ die zijn rommel beter scheidt. “Ook voor de verpakkingsindustrie ligt er nog een enorme uitdaging”, aldus Meijer. “Ook die zou kritisch kunnen kijken of het anders kan.”

Eva ZuiderveldLeeuwarder Courant20 mei 2016